Archief
Van de artikelen van het afgelopen jaar is alleen een abstract beschikbaar. Opgeven voor de diverse abonnementen kunt u hier doen.
Martijn van den Boogaart
AbstractIn Malawi ervaart Martijn van den Boogaart de diversiteit van de wereldkerk aan den lijve. Hij schrijft op zijn weblog en via andere media over wat hij meemaakt als organisatieadviseur van de Presbyteriaanse Kerk In Noord-Malawi. In dit nummer van Wapenveld vraagt hij zich af wat er van zijn reflecties overkomt op degenen die zijn berichten lezen.
De auteur opent met een uitvoerige en beeldende beschrijving van een kerkdienst in Kapirimtende, een plaatsje in Malawi. Een beschrijving die hij afsluit met deze passage:
‘Kortom, een mooie zondag. We genieten ervan. Misschien moet ik er gewichtiger over schrijven, over het gewicht van preek en eredienst, maar het is toch ook gewoon een voorrecht om zó een kerkdienst te vieren? En dan ook nog onder een open hemel, met de zon in je gezicht. Zo ervaar je de diversiteit van de wereldkerk aan den lijve. Zo ervaar je de verbondenheid met die ene God die in Malawi net zo dichtbij is als in Nederland. Die in Malawi net zo erbij is als in Nederland.’
Vervolgens vraagt Van den Boogaart zich af wat zijn ervaring in Kapirimtende te maken heeft met de kerk in Nederland. Hij worstelt met die vraag, omdat die hoort bij zijn taak als uitgezondene namens de Protestantse Kerk in Nederland. Bij onze uitzending kregen we de vraag mee: ‘Zoek uit wat we kunnen leren van de kerk in Malawi’. Wederkerigheid staat immers hoog in het vaandel. Maar wat kunnen we er nu eigenlijk echt mee in de praktijk?
Van den Boogaart haakt aan bij Andrew Walls (kort belicht in een kadertekst), die de volgende opmerking maakt aan het einde van zijn essay over ‘Zending en de demografische transformatie van de kerk’:
‘The great issues of twenty-first-century Christianity are likely to be ecumenical. The most urgent issues of ecumenism no longer relate to confessional and denominational issues. (...) The great ecumenical issues will be about how African and Indian and Chinese and Korean and Hispanic and North American and European Christians can together make real the life and body of Christ.’
In het genoemde essay analyseert Walls de transformatie van de kerk onder invloed van het werk van verschillende zendingsbewegingen wereldwijd.
Als je het bovenstaande citaat goed leest, aldus Van den Boogaart, zie je dat Walls de vraag naar de relatie tussen christenen in Kapirimtende en christenen in Delft in het hart van de theologie plaatst. Nee, sterker nog: in het hart van ons christen-zijn. Daar las ik van op. Het vinden van een antwoord op de vraag hoe we Nederland en Malawi verbinden overstijgt blijkbaar mijn persoonlijke worsteling. Hoe komt Walls tot deze uitspraak en hoe legt hij de verbinding?
Van den Boogaart: ‘We realiseren ons als christenen in Nederland natuurlijk terdege dat er een transformatie heeft plaatsgevonden in de twintigste eeuw. Maar welke is dat in onze ogen? Wij zouden zeggen: kenmerkend voor de transformatie van de kerk in de twintigste eeuw is de enorme doorwerking van de secularisatie die haar wortels heeft in het Verlichtingsdenken. Wereldwijd gezien slaat dat echter nergens op. Wereldwijd is voor het christendom niet de Verlichtingsbeweging de belangrijkste oorzaak van de transformatie van de kerk, maar de zendingsbeweging.’
We weten natuurlijk wel, schrijft Van den Boogaart, dat we in onze gemeenten in Nederland geen doorsnede van de wereldkerk aantreffen. De laatste tijd is er door allerlei publicaties meer aandacht gekomen voor de enorme verschuiving die zich de afgelopen eeuw heeft voorgedaan in het wereldchristendom. Het ‘zwaartepunt’ van de christenheid verschuift steeds meer naar het zuiden, naar Afrika en Latijns-Amerika. En dat is veel minder het gevolg van de afname van het aantal gelovigen in Europa onder invloed van de Verlichtingsbeweging dan van de toename van het aantal gelovigen in het zuiden onder invloed van de zendingsbeweging.
Hij concludeert daaruit dat zijn kerkdienstervaring in Kapirimtende representatiever was voor hoe de kerk wereldwijd die zondag samenkwam dan de meeste kerkdiensten in Nederland.
En vervolgens trekt Van den Boogaart vier lessen, die hij helder doceert aan de lezer. Die vier lessen zijn:
1. Ons past bescheidenheid.
2. We mogen verwachtingsvol uitzien naar nieuwe perspectieven.
3. Theologische verschillen staan eenheid niet in de weg.
4. Onze eenheid begint aan de avondmaalstafel.
De laatste les sluit Martijn van den Boogaart als volgt af:
‘Ik heb avondmaal gevierd in Ekwendeni, Ootmarsum, Rome, Bourg en Bresse en Stanstead Abbotts. En voelde me diep verbonden met mijn medegelovigen die op dat moment om mij heen stonden, zaten of knielden. Het doet me pijn dat ik overal ter wereld het avondmaal kan vieren, maar niet in Nederland met mijn vrienden, verspreid over verschillende kerken in de gereformeerde orthodoxie.
Voor ons is het gedeelde avondmaal vaak de uitkomst. Het eindpunt van een lang proces van waarheidsvinding: zijn we wel verbonden in Christus? Maar misschien - of waarschijnlijk - is het Bijbelser om het avondmaal te zien als beginpunt dan als eindpunt.
Eenheid begínt met samen avondmaal vieren. In al onze diversiteit vieren dat we samen gebouwd worden tot een tempel van de Geest. In al onze diversiteit vieren dat Christus ons hoofd is. Om dan vervolgens ‘na te praten’ over hoe onze diverse christelijke getuigenissen elkaar aanscherpen en aanvullen.’







