Archief
Van de artikelen van het afgelopen jaar is alleen een abstract beschikbaar. Opgeven voor de diverse abonnementen kunt u hier doen.
Herman Oevermans en Johan Snel
AbstractDr. Peter van Rooden (1956) is van huis uit theoloog maar maakte naam als historicus. In een reeks publicaties – volledig beschikbaar op zijn webstek – droeg hij de afgelopen 25 jaar bij aan een nieuwe kijk op het Nederlandse christendom. In zijn boek Religieuze regimes (1996) beschrijft hij hoe het kerkelijk landschap in vier eeuwen telkens nieuwe vormen aannam, in samenhang met een veranderende politieke en maatschappelijke orde. Zijn thema is de veelvormigheid van het verschijnsel godsdienst, dat letterlijk voor van alles kan staan. Hij was een van de eerste historici die het belang van sociologische secularisatietheorieën relativeerden. Herman Oevermans en Johan Snel hadden een gesprek met Peter van Rooden. Daaruit enkele passages.
Je wilt ook je boek over het sterven van het Nederlandse christendom afmaken?
‘[ …] Wat ik wil doen is dit. In het eerste hoofdstuk constateer ik dat er in de jaren zestig iets heel verschrikkelijks is gebeurd met het traditionele Nederlandse christendom. In korte tijd is het praktisch verdwenen. Dat illustreer ik met cijfers en mooie anekdotes. Aan de andere kant geloven we niet meer in secularisatietheorieën, want dat doen verstandige mensen niet meer. Wat is er dan wel gebeurd?’
Van Rooden trekt een vergelijking met het kaartspel en stelt dat de hand die het Nederlandse christendom begin jaren zestig had, niet goed is uitgespeeld. Maar zelfs als was dat wel gebeurd, dan nog was het niet goed gegaan.
‘Mijn grote these is dat de collectieve aard het Nederlandse christendom zo succesvol had gemaakt, het gevoel dat je bij een bepaalde groep behoorde. Het geloof werd niet gebruikt om over je zelf na te denken. Het was niet oppervlakkig, het was heel belangrijk, maar niet iets waarmee je je eigen ik cultiveerde.
Dan komt in de jaren zestig de notie op van het expressieve en reflexieve zelf. Wij gaan fijn eigen kleding aantrekken die tot uitdrukking brengt wie wij zijn. We gaan ons huis gezellig inrichten. We gaan als man en vrouw samen met de auto uitstapjes maken. Zo verdringt de ene notie van het zelf de andere uit het leven van veel mensen.’
Is de existentiële vraag naar herkomst en bestemming niet gegeven met de condition humaine?, is een van de laatste vragen die in het interview worden gesteld. Peter van Rooden antwoordt:
‘Dat zie ik minder. Verhalen over een moreel zelf, in de zin van Taylor, daarmee kom je verder. Mensen willen goed over zichzelf denken. Maar in de moderne tijd goed over jezelf denken kan verschillende vormen aannemen. […]
Godsdiensten […] reiken dit soort idealen ook aan. Maar ze hebben er geen monopolie op. Ik heb tafeltennis gespeeld en dan zie je mensen die al 25 jaar lid zijn, die dragen de vereniging. Dat is ook een levensvervulling, ze betekenen iets voor anderen. Net als goede christenen.’
Ook deze vormen lijken te verdwijnen?
‘Bowling Alone van Robert Putnam, inderdaad, ook dit soort clubs heeft het moeilijk, net als de kerken. Maar dat geldt ook voor de socialisten. Achter Den Uyl stond nog een beweging. Maar achter Wouter Bos of Job Cohen zit helemaal niets. Niemand meer die de Internationale zingt of zelfs de tekst nog kent. Het socialisme is nog erger achteruit geboerd dan het Nederlandse christendom. Om over de communisten maar te zwijgen.’
En tot slot concludeert de geïnterviewde:
‘De religieuze Peter van Rooden is gewoon uit mijn herinnering verdwenen. Ik ben dus rustig weggegleden en weet niet goed hoe het gebeurd is. Geen rebellie, geen opstand, geen bevrijding. Just drifting.’







