skin_top

Archief


Jaargang 60 | Nummer 2 | Pagina 12-15 | Dit artikel versturen per e-mail Print deze pagina Printer-vriendelijke versie om op te slaan


Van de artikelen van het afgelopen jaar is alleen een abstract beschikbaar. Opgeven voor de diverse abonnementen kunt u hier doen.

Het gelukte leven (2)
Voorbij de begeerte

Bert de Leede

Abstract

Psalm 131 is een schone parel in ons psalmboek. Bert de Leede mediteert over de passage:

…, bedaren liet ik, verstillen
mijn ziel
als een gespeend kind bij zijn moeder,
als een gespeend kind rust mijn ziel bij mij.
(Naardense Bijbel)

In Psalm 131 gaat niet om de pasgeboren baby, maar om het gespeende kind, tweeënhalf jaar oud en juist ontwend van de moederborst. In de psalm ligt of zit dat kind op de schoot van de moeder zonder nog onrustig haar borst te zoeken. In volkomen rust. In dit hier en nu is de begeerte voorbij. Dat is het beeld van de psalm – de begeerte is tot rust gekomen, en daarmee is er een nieuwe verhouding tot de moeder. De verhouding van het je volkomen toevertrouwen.

Van Psalm 131 vinden we er maar één in ons psalmboek. Het is goed om dat te beseffen. Andere psalmen hebben het ook over rust en over stilte, maar dan als verlangen. De dichters zien ernaar uit, verlangen ernaar (Psalm 62). Want het leven zelf is vol onrust, vol lawaai, vol brullen zelfs (Psalm 22). […] Psalm 131 is uitzonderlijk. Ultiem menselijk geluk is uitzondering; volmaakt gelukt leven een grensbegrip. Goed om dat te beseffen!

Naast het gespeende kind uit Psalm 131 komen in deze meditatie moderne tijdgenoten voorbij, zoals Hollands welvaren en het Dikke Ik. Zij ervaren dat geluk niet gewoon is. Dat een gelukt leven niet hetzelfde is als een geslaagd leven. En dat een geslaagd leven nog niet per se een gelukkig leven is. Alle drie dingen zijn velen in onze tijd vergeten.

Bert de Leede noteert dat hij parallel aan het schrijven van zijn meditatie de resultaten leest van een onderzoek naar verschuivingen in de levensvisie en waardenpatronen van wat in dat onderzoek heet de ‘grenzeloze generatie’, geboren na 1985, en een recente publicatie over het ‘dertigers-dilemma’. Daaruit wordt duidelijk dat de Nederlander niet automatisch wel vaart bij een leven zonder grenzen, noch door beperkende (religieuze) tradities, noch door materiële tekorten, noch door ouders of opvoeders, noch door politieke of maatschappelijke beperkingen of onvrijheden. Meer mogelijkheden lijken bijna automatisch te leiden tot meer onzekerheid. Met recht kunnen we zeggen dat onze cultuur in onze tijd zo haar eigen onrust kent!

Begrenzing, zelfbeheersing, de a/Ander uitnemender achten dan je zelf, weten hoe waar en goed het is de ander voor te laten gaan in het Koninkrijk Gods – dat zijn de nieuwtestamentische grondtonen van ‘waarachtig mens-zijn’. Ze vormen de toegangscode voor Psalm 131. Tot gelukt mens-zijn. Daarmee tot gelukkig mens-zijn.

skin_bottom
skin_left
skin_left2
skin_left3