skin_top

Archief


Jaargang 60 | Nummer 1 | Pagina 35-41 | Dit artikel versturen per e-mail Print deze pagina Printer-vriendelijke versie om op te slaan


Van de artikelen van het afgelopen jaar is alleen een abstract beschikbaar. Opgeven voor de diverse abonnementen kunt u hier doen.

Vanuit de salon over bio-energie
Ofwel hoe de politiek barrières opwerpt voor verduurzaming van de energievoorziening

Steven Lobregt

Abstract


Steven Lobregt geeft, naar hij zelf schrijft, in zijn artikel op een hier en daar wat cynische toon woorden aan zijn teleurstelling. ‘Teleurstelling omdat ik niets proef van de urgentie. Teleurstelling omdat concreet handelen achterwege blijft. Teleurstelling omdat de unieke competenties van Nederlandse landbouw en industrie verkwanseld worden, zonder dat ook maar iemand verantwoordelijk is.’

Op papier, aldus de auteur, belijdt elke politieke partij te werken aan een duurzame toekomst. De route tot realisatie stokt echter bij het beleidspapier waarop de woorden innovatie, duurzaam en energie elkaar afwisselen. Daarna verdrinkt men zich in een moeras van beleidsvragen. Tel daarbij op de Nederlandse kruideniersmentaliteit en elke transitie stokt.

De consequentie van dit politieke beleidsmoeras is een ongelijk concurrentieveld tussen fossiel en biomassa en daarmee de doodssteek voor de opbouw van kennis en kunde in Nederland en een blijvende afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Als de politiek deze verantwoordelijkheid willens en wetens wil dragen, zou het de partijen sieren dat ook zo te benoemen.

Volgens Lobregt zit bio-energie in dezelfde positie als de stoomketel voordat James Watt deze ten tijde van de industriële revolutie onder handen nam. Er dient geconcurreerd te worden met de bijzonder kosteneffectieve keten die fossiele brandstoffen omzet in bruikbare energie. In de vragen die de politiek zich stelt, komt het hele ontwikkeltraject niet aan de orde. Men doet alsof bio-energie uitontwikkeld is. Toetsen we de stoomtechnologie anno 1750 aan de politieke kaders van de ChristenUnie – uitgangspunt voor zijn bijdrage is de publicatie BIO-energie, natuurlijk beter? Duurzame inzet van groene grondstoffen uit 2009 van het Wetenschappelijk Instituut van deze partij – dan was elke ontwikkeling resoluut beëindigd en de industriële revolutie in de kiem gesmoord.

Kerncompetenties om succesvol te zijn in bio-energie zijn er in Nederland voldoende. De auteur noemt er drie: een zeer goede infrastructuur voor de teelt van suikerbieten, unieke kenniscombinatie op de terreinen van aardgas en agrarische zaken om te kunnen excelleren in biogasproductie, en veel kennis van elektrische aandrijving. Maar deze componenten worden niet benut, met als gevolg dat Nederland achterloopt bij landen als Duitsland, Frankrijk, Zweden en Oostenrijk.

Duurzame energie, schrijft Lobregt, is voor mij werken aan een noodlanding. Hoe eerder je begint met een glijvlucht, des te groter de kans op een acceptabele landing. Creëer speelruimte om duurzame energie te ontwikkelen. Want voor mij is het vrij zeker dat we ergens tussen de twintig en vijftig jaar in een grote energiecrisis en/of milieucrisis terechtkomen. En dan zullen we over lijken willen gaan om ons welvaartsniveau vast te houden.

skin_bottom
skin_left
skin_left2
skin_left3