skin_top

Archief


Jaargang 60 | Nummer 1 | Pagina 30-34 | Dit artikel versturen per e-mail Print deze pagina Printer-vriendelijke versie om op te slaan


Van de artikelen van het afgelopen jaar is alleen een abstract beschikbaar. Opgeven voor de diverse abonnementen kunt u hier doen.

Benepenheid bedreigt de vrijheid om af te wijken
De verkrampte verhouding tussen politiek en religie in Nederland

Marcel ten Hooven

Abstract


Beschermt de democratie het lam straks nog wel tegen de wolf, nu de verdraagzaamheid in Nederland lijdt onder de meerderheidsdwang?, vraagt Marcel ten Hooven zich af. De druk op religieuze en levensbeschouwelijke minderheden om zich te conformeren neemt toe. Dat blijkt uit het geïntensiveerde debat over de vraag of de vrijheid van godsdienst, onderwijs en vereniging geen ongewenste praktijken verhult.

In een helder betoog laat de auteur zien dat de schuivende panelen in de Nederlandse politiek geen gezichtsbedrog zijn. Over de oorzaak daarvan haalt hij de rechtskundige Sophie van Bijsterveld aan: ‘De overheid weet niet goed om te gaan met de islam omdat zij ook niet meer goed weet om te gaan met het christendom.’ Voor het woordje ‘overheid’ in deze zin kun je ook ‘het publiek’, ‘de maatschappij’, of misschien voor deze keer zelfs ‘wij’ invullen. ‘Wij’ weten niet meer goed om te gaan met het christendom of andere religies in het publieke domein, nu zij, tegen de algemene verwachting in, niet langzaam maar zeker in het niet verdwijnen maar zelfs in zichtbaarheid toenemen. Lange tijd was het toch de verwachting dat de secularisering een onstuitbaar voortschrijdend proces was, waarin religie zou verschrompelen tot een irrelevant residu van voorbije tijden. Dat is niet uitgekomen en dat verklaart veel van de kramp die het debat over de godsdienstige en levensbeschouwelijke minderheden in Nederland beheerst.

Intolerantie jegens minderheden die hun levensvisie baseren op een religie, komt neer op het dictaat van de meerderheid. De vrijheidsopvatting die uit dit soort redeneringen kan worden gedestilleerd, komt gechargeerd gezegd neer op: ‘Iedereen mag vrij zijn, zolang hij maar op mij lijkt.’ In de politiek, van links tot rechts, groeit de weerstand tegen alles wat vreemd is en afwijkt. Dat komt tot uitdrukking in de tendens om de ruimte voor andersdenkenden in te perken. De oude Hollandse wijsheid ‘doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg’ krijgt daarmee een benepen uitwerking in de praktijk van politiek en bestuur.
Het is echter een misvatting te denken dat de democratie er louter is om de wil van de meerderheid tot uitvoering te brengen. Een bestel zoals het Nederlandse, waarin elke stem even zwaar telt, is een afspiegeling van wat mensen verdeeld houdt, van hun onenigheid. De democratie representeert dus niet de eenheid van het volk maar juist de verdeeldheid, oftewel de maatschappelijke verscheidenheid. De democratie gaat daarom veeleer over bescherming van minderheden dan over vorming van meerderheden, aldus de bestuurskundige Paul Frissen in zijn boek Gevaar verplicht.

Nu dreigt de uniformeringsdrang die de politiek binnensluipt evenwel gepaard te gaan met een zwaardere rol voor de staat om de vrijheid van etnische en religieuze gemeenschappen in te perken. Vanuit dit standpunt bezien houden de vrijheidsrechten in het onderwijs, het verenigingsleven en de godsdienstuitoefening de segregatie in stand en mogen zij daarom worden ingeperkt, of zelfs afgeschaft.
Volgens Ten Hooven is de bescherming die gemeenschappen ondervinden van de grondwettelijke vrijheidsrechten óók in het belang van het individu. Elk individu is tegelijkertijd een gemeenschapsdier dat de ruimte wil om zich met gelijkgezinden te organiseren. Daarom is zijn vrijheid pas compleet als hij naast individuele vrijheidsrechten, zoals de bescherming tegen discriminatie, ook verzekerd is van beschermende rechten voor zijn gemeenschap.

skin_bottom
skin_left
skin_left2
skin_left3