Archief
Van de artikelen van het afgelopen jaar is alleen een abstract beschikbaar. Opgeven voor de diverse abonnementen kunt u hier doen.
Kees Guijt en Bart den Otter
Abstract
‘Ik denk dat dit boek harder aankomt omdat het subtiel is’, zegt Franca Treur over haar debuutroman Dorsvloer vol confetti. De roman verschijnt in september 2009, wordt in brede kring enthousiast ontvangen en krijgt goede recensies. Half januari 2010 rolt de achtste druk van de persen. Het gesprek van Wapenveld met Franca Treur (1979) vindt plaats op een koude decemberavond bij haar thuis in Amsterdam, vlak bij het Oosterpark. Kees Guijt en Bart den Otter spreken met haar over haar periode als lid van het dispuut Panoplia (1998-2001), het succes van haar debuutroman en de storm van publiciteit eromheen, haar jeugd, en over het geloof en haar afscheid ervan. Zij presenteren behalve een verslag van dit vraaggesprek ook een recensie van Franca’s eerste roman, die ze voor alles ziet als haar literaire debuut.
Uit dit interview bieden we u hierbij drie vragen plus antwoorden. De vele andere, minstens zo interessante, vindt u in Wapenveld 2010-1!
Het kritisch beoordelen van de wereldbeelden waarin je bent opgegroeid, is het overheersende thema in veel interviews die je hebt gegeven. In die interviews staat je definitieve breuk met het christelijk geloof centraal, terwijl dat in het boek geen rol speelt. Kun je wat verder ingaan op waar het boek over gaat?
‘In interviews gaat het nooit om mijn boek. Het gebeurt wel eens dat men het boek geeneens heeft gelezen. Het boek gaat onder meer over het durven te bevragen van het grote verhaal waar elk individu deel van uitmaakt. En over een eigen verhaal daarnaast of daartegenover durven stellen. Daarnaast speelt natuurlijk het thema van de buitenstaander. De gereformeerde wereld heeft het principe dat je een binnenste en een buitenste kring hebt. Tot de buitenste kring behoor je vanzelf als je geboren bent op het erf van het verbond. Maar voor je tot de binnenste kring hoort, moet er wel heel wat gebeuren. De kans dat je daarbij komt is niet zo heel groot. Katelijne hoort bij de buitenste kring van de familie. Maar aan de boerderij, de binnenste kring, kan ze niet meedoen.’
In je boek wordt eigenlijk nergens een afscheid van het geloof gesuggereerd, terwijl in de beeldvorming die uit interviews is ontstaan alleen dat juist centraal staat. Hoe is dat gekomen?
‘Ik snap het ook niet. Misschien had ik het in het begin nooit moeten zeggen. Het is een van de eerste vragen die journalisten stellen. Ja, dan wordt het eigenlijk gereduceerd tot: ze zei het geloof vaarwel. Zoals in het Netwerk-item (van 3 december 2009). Ik ben een paar dagen op stap geweest met de crew van Netwerk. We hebben op verschillende plekken opnames gemaakt. Aan het einde wilden ze nog een opname maken van mij bij de kerk van de Gereformeerde Gemeente in Meliskerke. Ik was niet verplicht, ik mocht nee zeggen. Maar ja, je wilt zelf ook meewerken aan een goed journalistiek product. Achteraf weet ik niet of ik het had moeten doen. Daardoor is het beeld gekanteld. Op allerlei punten heb ik dan toch ook zelf aan die beeldvorming meegewerkt.’
Je kenmerkt je afscheid van het geloof nu als een discontinuďteit. Maar in hoeverre speelt die achtergrond nog steeds een rol? Waarin zie je juist de continuďteit in de manier waarop je je hebt ontwikkeld?
‘Het is niet zo dat ik daarna dacht, ik ben er vanaf. Ik had het gevoel dat ik een nieuw wereldbeeld nodig had. Later dacht ik daar genuanceerder over. Het gaat niet om hoe ik de wereld zie, maar om hoe ik mijn leven leef. Ik ben veel meer gaan lezen over de Bijbel, Schriftgezag en filosofie. Ik kon voor mezelf beter uitleggen waarom God niet meer relevant was voor mij. In de begintijd was ik ontredderd. Ik had nog niet de geruststelling dat alles wel goed zou komen. Ik wist zelf ook nog niet precies hoe het moest.’







