skin_top

Archief


Jaargang 60 | Nummer 1 | Pagina 4-11 | Dit artikel versturen per e-mail Print deze pagina Printer-vriendelijke versie om op te slaan


Van de artikelen van het afgelopen jaar is alleen een abstract beschikbaar. Opgeven voor de diverse abonnementen kunt u hier doen.

Seculier gereformeerd
Over Charles Taylors A Secular Age en Nederland

van der Schee

Abstract


Het lezen van Charles Taylors A Secular Age kan veel vragen oproepen, is de ervaring van Wim van der Schee. De vraag die A Secular Age alle 775 pagina’s in de Engelse editie lang in beweging houdt is: waarom was het rond 1500 in onze westerse samenleving vrijwel onmogelijk niet in God te geloven, terwijl in 2000 velen van ons dit niet alleen gemakkelijk vinden, maar zelfs onontkoombaar?

Van der Schee schrijft al vrijwel meteen aan het begin van zijn beschouwing: ‘Wat eens wellicht goed was blijft niet automatisch goed. Wat eens positieve kracht had kan later negatieve kracht uitoefenen. Ideeën en praktijken zijn niet wat ze waren.
Een van de vragen die het lezen van Charles Taylors A Secular Age kan oproepen is: geldt dit ook niet van het project gereformeerd christen zijn? Is het echt niet meer dan toevallig dat zoveel niet-christelijke mensen in Nederland van gereformeerde afkomst zijn? Gaat het echt om niet meer dan dat mensen worden afgestoten door uitwassen en ultra-posities van gereformeerd zijn? Dat neocalvinistische hypocrisie en betutteling mensen afstoot, begrijpt iedereen net zo goed als dat maar weinig mensen zin hebben in het reformatorische openluchtmuseum te leven. Maar is dat alles? Zou het echt niet zo kunnen zijn dat er seculariserende trekken diep in het DNA van de gereformeerde traditie zitten, die ons als gereformeerden juist vandaag de dag machteloos maken tot een werkelijk aansprekende christelijke opstelling?
Taylor geeft je als gereformeerde in ieder geval weinig kans zijn boek uit te lezen zonder diepe vragen aan je eigen traditie te stellen. Hij ziet de Reformatie (en zeker ook de calvinistische tak daarvan) als volstrekt medeplichtig aan de uiteindelijke ontwikkeling van een humanistisch alternatief voor geloof . En al evenzeer is ze betrokken in wat hij noemt de ‘excarnatie’ van het christendom: de overgang van belichaamde vormen van religieus leven naar vormen van religieus leven ‘in het hoofd’, zodat onze relatie tot God niet meer bemiddeld wordt door lichamelijke vormen maar door gedachten en woorden. Als er een vorm van aansprekend gereformeerd geloven in onze seculiere tijd opduikt, zal dat in ieder geval geen vanzelfsprekende voortzetting van vroeger zijn.’

Hiermee is de toon gezet voor het verslag van wat hij onderging bij het lezen van Taylors boek, dat overigens ook in een Nederlandse editie verkrijgbaar is. ‘Het zal niemand verbazen’, schrijft Van der Schee, ‘dat de ontwikkelingen niet alleen veelomvattend zijn, maar ook complex. Het boek is mede zo dik doordat de condities waarin we in de West-Europese cultuurkring leven (en al dan niet geloven) vol zitten met interne spanningen, en doordat de verschillende opties om niet te geloven ook geen bevredigende oplossing geven. De historische werkelijkheid is bovendien altijd ingewikkelder, en Taylor laat telkens merken dat hij dat beseft. Hij blijft genuanceerd vanuit een schijnbaar eindeloze eruditie. Maar vooral haalt Taylor zo breed uit als hij doet om te laten zien dat de standaard-secularisatiethese geen recht doet aan de complexe werkelijkheid. De ontwikkelingen in de westerse samenleving en cultuur (rationalisering, urbanisatie, differentiatie) zorgen niet maar voor een noodzakelijk verdwijnen of marginaliseren van religie. Het interessante verhaal is er niet eenvoudig één van verval, maar ook van een nieuwe plaatsing van het heilige of spirituele in verhouding tot het persoonlijke en sociale leven. Als het aan Taylor ligt gaat religie in onze seculiere tijd niet verdwijnen, maar veranderen.
Als gelovige in ons verwereldlijkt Nederland tussen allerlei atheïstische opiniemakers kun je zo’n laatste zin lezen als een bemoediging. Dat mag best. Zolang je maar niet vergeet dat ook die verandering erbij hoort. Het is de teneur van A Secular Age dat wat niet verandert wel verdwijnt. En het is de vraag of dat dan erg is. Tenslotte is in dit ondermaanse alles wat niet verandert dood.’

Er volgt een grondige analyse van A Secular Age, waarin de auteur aan de hand van de paginering van de Engelse editie de lezer invoert in de inhoud van dit werk. Een passage daaruit:
‘Toch blijft ook niet geloven een optie. Je kunt dit immanente kader beleven als een gesloten wereld. Veel mensen doen dat. Maar het is geen noodzaak. De zelfstandige natuurlijke orde kan ook ervaren worden als leeg en aangewezen op een zingeving vanuit gene zijde. Onze hele kijk op het mensenleven en zijn kosmische en spirituele omgeving kan ook vragen om geloof in God of tenminste in iets meer dan het alledaagse. Dat de wereld ‘onttoverd’ is, niet langer vermengd met bovennatuurlijke krachten en wezens, is niet hetzelfde als het einde van religie. Iedere positie bevindt zich tussen talloze concurrenten: ook het ongeloof is tenslotte niet vanzelfsprekend en onaangevochten. De typische trek van West-Europese samenlevingen is niet maar dat geloof en gelovig leven weggevallen zijn, maar vooral een kwetsbaar zijn van alle verschillende (niet-)religieuze posities over en weer. Je kunt gelovig zijn, maar niet zonder te beseffen dat mensen om je heen net zo overtuigd ongelovig zijn. En andersom. Ook als mensen dat niet zo beleven vormt het ‘immanente kader’ een open ruimte waarin je de winden aan je kunt voelen trekken, nu eens richting geloof, dan weer richting ongeloof. Dat serieus nemen zou mensen meer begrip voor elkaar kunnen geven. Iets wat Taylor uitgesproken wenselijk vindt.’

Tot slot van deze uiterst beknopte weergave van het openingsartikel van Wapenveld 2010-1 de alinea waarmee Van der Schee besluit:
‘Al met al verbaast het niet dat er maar geen nieuwe contextualisering van gereformeerd geloven in onze tijd van authenticiteit wil ontstaan. Aan wat diep in het DNA van de gereformeerde traditie is ingeschreven (verheldering van het mysterie, klare taal, het vermijden van ritueel en lichamelijkheid, een eindeloze concentratie op woorden, zodat in feite alleen het woord nog sacramentele kracht bezit) is geen behoefte, integendeel, het stoot mensen af. En omgekeerd: wat mensen vragen, wat ook gereformeerde mensen anno nu diep in hun hart vragen, zit niet alleen niet ‘in het pakket’, het stuit tegen de borst, voelt als verraad en verval. Wat gevraagd wordt is iets wat voelt als ‘seculier gereformeerd’. Wil er een gereformeerde vorm van aansprekend geloven in onze tijd ontstaan, dan is dat de salto mortale die we zullen moeten maken. Als Taylor ook maar enigszins gelijk heeft.’

skin_bottom
skin_left
skin_left2
skin_left3