skin_top

Archief


Jaargang 59 | Nummer 6 | Pagina 30-37 | Dit artikel versturen per e-mail Print deze pagina Printer-vriendelijke versie om op te slaan


Van de artikelen van het afgelopen jaar is alleen een abstract beschikbaar. Opgeven voor de diverse abonnementen kunt u hier doen.

Recht voor God staan
Een peiling naar een brandpunt van protestantse spiritualiteit

den Bok

Abstract

Nico den Bok wil in dit artikel een bijdrage leveren aan het ontwikkelen (deels herontdekken) van de eigen identiteit. Want protestanten lijken vaak weinig oog te hebben voor de mogelijkheid dat veel spiritualiteit die onthaald wordt, in feite niet christelijk is. Hun houding is hierin vaak dubbel: niet zelden zijn zij enerzijds het meest afwerend, anderzijds juist het meest weerloos tegen de nieuwe instroom van spiritualiteit. De auteur beperkt zich tot de spirituele betekenis van de rechtvaardiging door het geloof als brandpunt van protestantse spiritualiteit.
En hij peilt behoorlijk diep in zijn tekst. We geven door middel van drie passages een indruk van dit betoog.

‘Ons doen en laten is niet all-right doordat we ons best doen. Wie een heilig leven wil leiden is zelfs verdacht, want die wordt meestal te streng voor een deel in zichzelf en een deel van de mensen om hem heen, en zal dan met de keerzijde daarvan te kampen krijgen. Zalig worden we alleen door genade. Rechtvaardig worden we alleen door geloof.
Het zal duidelijk zijn dat hiermee normen en geboden in een sterk ambivalente waardering terechtkomen. Is heiligheid, het streven naar heiligheid, nu iets goeds of niet? Is het streven naar volmaaktheid geboden, of juist niet? Deze spanning, met de kortsluitingen die daarbij kunnen voorkomen, is kenmerkend voor de protestantse spiritualiteit.’

‘Op de vraag of een mens volgens fasen of trappen volmaakt kan worden, antwoordt Gunning, de bekende ‘ethische’ theoloog, heel protestants en heel gedecideerd: Nee! Volmaaktheid ontvang je ineens, door Gods onverdiende toenadering. Je bent het als je in Christus bent, niet half, niet een beetje, maar helemaal. En je bent in Christus óf je bent het niet, zoals je zwanger bent óf niet. Natuurlijk, als je in Christus bent, kun je (en moet je) wel gaan groeien in goedheid, bijvoorbeeld in rechtvaardige daden. Je moet opwassen in het geloof. Je bent al een nieuwe schepping, maar die is nog niet af.’

‘De basis van alle werk is rust, en daarom is de basis van alle moeten een niets hoeven. Vaak ontdekken we dit pas, zoals Luther, als we in ons ‘moeten’ vastgelopen zijn, en dan vrijgesproken worden.
We kunnen een ‘heidens’ ego opbouwen – als we het met wet en geweten niet zo nauw nemen; maar we kunnen ook een ‘joods-christelijk’ ego opbouwen: als we het met wet en geweten wel nauw nemen. Zei Kohlbrugge niet, dat een mens zich twee keer moet bekeren, eerst van zijn zonden en dan van zijn bekering? Dit betekent niet, dat het één uiteindelijk niet beter is dan het ander. We zullen met onze menselijke waardigheid alleen gelukkig worden als we ook goede, rechtvaardige mensen worden; we zullen thora moeten leren. Maar dat lukt alleen goed als wij ons laten dragen door genade, als we bij alle morele inspanning blijven terugvallen op het bevrijdende geschenk.’

skin_bottom
skin_left
skin_left2
skin_left3