skin_top

Archief


Jaargang 59 | Nummer 6 | Pagina 4-13 | Dit artikel versturen per e-mail Print deze pagina Printer-vriendelijke versie om op te slaan


Van de artikelen van het afgelopen jaar is alleen een abstract beschikbaar. Opgeven voor de diverse abonnementen kunt u hier doen.

'Huidig VU-kabinet is geen Talma-kabinet'
Talma, het einde van de standenmaatschappij en het begin van de sociale zekerheid

Oevemans

Abstract

‘Het Schriftwoord van Jesaja zegt: voor God is ieder mens een kostbaar goed, fijner dan goud. Dit woord uitdragen in de wereld is een roeping van de kerk en een opdracht aan hen die zich in Christus verbonden weten. Dit is ook ons christenantwoord op de strijd en valse klassenhaat verkondigd door socialistische predikers’. Woorden die werden uitgesproken op een zondagavond in augustus 1891 in de Nederlands Hervormde kerk van Vlissingen. Eerder die dag was er in de stad een openbaar debat tussen de pas benoemde jonge dominee Aritus Sybrandus Talma (1864-1916) en de bekende landelijke socialistische voorman Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919). Aan het slot van de levendige discussie, in tijdnood gekomen voor zijn kerkdienst ’s avonds, nodigde Talma het aanwezige publiek spontaan uit om het vervolg van zijn betoog in de kerkdienst aan te horen.
Wie was deze dominee Talma, die altijd wat in de schaduw van Kuyper heeft gestaan? Herman Oevermans sprak met drs. Lammert de Hoop, historicus en communicatiedeskundige. Met producent Henk Klein Bruinink is De Hoop het brein achter een documentaire over Talma die de afgelopen zomer op televisie werd uitgezonden.
De Hoop: ‘Talma was als persoon een doener, een organisator en een debater. Als minister onderneemt hij initiatief op alle niveaus: van reorganisaties in het ambtelijk apparaat tot een inhaalslag voor sociale wetten en een poging tot een alternatief nationaal stelsel voor sociale zekerheid. Tijdgenoten zijn onder de indruk van de werkkracht, maar hij wekt ook veel politieke weerstand. Historici schetsen het beeld van iemand die plotseling afwijkt van trends in de Nederlandse sociale politiek en daarom mislukt. Waarom de man deze risico’s nam wordt niet duidelijk. Hij eindigt in vergetelheid, behalve in kringen van het CNV en ARP. Hoe kon dat? Wat bezielde hem? Dat wilde ik uitzoeken.’
De politiek actieve jaren van Talma liggen tussen 1891 en 1913. In het interview staat deze periode centraal, van het eerste Christelijk Sociaal Congres in 1891, voor Talma de entree in landelijke kringen, tot het aftreden van het kabinet-Heemskerk in 1913, een kabinet waarvan hij deel uitmaakte en als minister zich sterk maakte voor socialezekerheidswetgeving.
Drie passages uit het interview, waaruit blijkt dat de verstandhouding tussen Talma en Kuyper niet vrij was van spanningen:
‘Na de liberalen lukt het een kabinet-Kuyper tussen 1901 en 1905 niet om de nieuwe sociale zekerheidswetten in de Kamer te krijgen door conservatieve weerstanden bij zowel christelijke als liberale partijen. Kuyper heeft ze wel als wetsontwerpen uitgewerkt. Dan komen ze bij Talma terecht, die van 1908 tot 1913 minister wordt in het antirevolutionaire kabinet-Heemskerk. Hij is zich erg bewust van de stagnatie in sociale wetgeving en probeert in een paar jaar tijd heel veel wetten erdoor te krijgen, wat vergeleken met voorgangers ook lukt. Bij de sociale verzekering moet hij alleen bakzeil halen. Het lukt hem als eerste om verplichte ziekte-, arbeidsongeschiktheids- en ouderdomsverzekeringen door het parlement te krijgen.
‘Talma denkt meer dan Kuyper vanuit de ervaring en het belang van de arbeider en hij heeft minder moeite met wetgeving als sturingsinstrument. Bij concretisering van deze visies blijken ze tegenover elkaar te kunnen komen te staan, ondanks de binding van christelijk geloof en politiek. De kabinetsformatie van Heemskerk doet dit verschil van inzicht escaleren. Kuyper wordt als kabinetsleider gepasseerd. Alle politiek leiders adviseren de koningin negatief over zijn terugkomst. Wilhelmina is zelf ook geen Kuyperiaan en draagt eigenhandig Heemskerk op om als antirevolutionair fractieleider zelf de kar te trekken. Die affaire vergroot ook de spanningen binnen de partijtop tussen Kuyper en een jongere garde van politici; spanningen die pas na het kabinet in 1915 tot een openlijk conflict leiden. De kritiek van jongere generatie is dat Kuyper te weinig zijn bevlogen beginselen vertaalt in antirevolutionaire standpunten over concrete vraagstukken die zich voordoen. Talma rolt ook hier als representant van een nieuwe generatie in gevoelige tegenstellingen. Er begint een kabinet met zijn deelname, maar in brieven van Kuyper aan Idenburg in die tijd merk je hoe gefrustreerd deze is om aan de zijlijn te staan en te moeten toezien wat er met zijn verzekeringswetten gebeurt. Waardering voor Heemskerk en Talma als politici spreekt er nauwelijks uit. In 1912 schrijft Kuyper ook publiekelijk in zijn krant De Standaard suggestief over de ‘staatssocialistische neigingen’ die hij in de sociale wetten van Talma meent te bespeuren en die volgens hem een gevaarlijk pad opgaan. Deze negatief-kritische opstelling van Kuyper, zonder zich helemaal tegen Talma te keren, spreekt boekdelen over de verdeeldheid in eigen kring. Het maakt Talma ‘aangeschoten wild’. Gebrek aan actieve steun in antirevolutionaire kring is een van de redenen geweest dat Talma minder succesvol was bij het invoeren van wetgeving.’
‘Talma is allereerst een practicus bij wie het ging om concrete oplossingen van urgente sociale kwesties. In die zin had hij niet op voorhand een ideologisch thema dat koste wat kost ingevoerd moest worden. Meer dan Kuyper is hij pragmatisch, minder ideologisch. Tijdens zijn ministerschap zie je ook beleidsvoorbereiding en een reorganisatie van de arbeidsinspectie die als modern management aandoet.’
Uit het interview komt het beeld naar voren van een gedreven man, die tijdens zijn leven de invoering van de ouderdomsrente nog meemaakte. Want het trekken van Talma, zo blijkt uit dit gesprek, gaat vooraf aan het trekken van Drees.

skin_bottom
skin_left
skin_left2
skin_left3