skin_top

Archief


Jaargang 59 | Nummer 5 | Pagina 29-32 | Dit artikel versturen per e-mail Print deze pagina Printer-vriendelijke versie om op te slaan


Van de artikelen van het afgelopen jaar is alleen een abstract beschikbaar. Opgeven voor de diverse abonnementen kunt u hier doen.

God is in het detail
Lezen in Calvijns <i>Institutie</i>

van Eck

Abstract

Wie vandaag de dag de Institutie leest, zal daar veel in vinden dat hem niet rechtstreeks aangaat. John van Eck verkent het traject door dit boek en ervaart dat het desondanks moeilijk is je aan de kracht van Calvijns betoog te onttrekken.

Wie anno 2009 de Institutie leest, zal daar veel in vinden dat hem niet rechtstreeks aangaat. Uiteenzettingen over de dwalingen van de rooms-katholieke kerk zullen de meesten niet direct aanspreken, zeker niet als het ontstaan daarvan uitgebreid aan de hand van bronnen wordt nagegaan.
Er zijn echter ook passages die zo direct spreken dat de historische afstand bijna wegvalt. Bijna, nooit helemaal natuurlijk. Van Eck denkt aan de beroemde inzet van het boek, waar het gaat over ‘de kennis van God en die van onszelf’ waarin ‘de hoofdinhoud van onze wijsheid’ is gelegen. Het is moeilijk te zeggen welk van de twee de eerste is: de kennis van God of die van onszelf. Calvijns gedachten gaan voortdurend tussen die twee heen en weer. Wie zichzelf beziet moet de God bewonderen van wie hij zijn leven heeft ontvangen. Onze armoede leidt ons tot de rijkdom van God. Staande voor Hem voelen we onze armoede en naaktheid. Enzovoort. Stap voor stap verdiept zich godskennis en zelfkennis. We hoeven Calvijns woorden in gedachten maar te volgen.
In het hoofdstuk waarin het geloof en zijn werking wordt beschreven, worden de grenzen nauwkeurig getrokken. Eerst horen we wat het geloof allemaal niet is. Geen achteloos aannemen van wat de kerk ons voorhoudt, maar een luisteren naar Gods woord dat allereerst een spreken is. Sommige passages daarin, aldus Van Eck, vragen erom gemediteerd te worden. Onwillekeurig vraag je je af: hoe geloof ik eigenlijk. Al lezende voel je je voor een keuze staan: bewaar ik afstand, of laat ik me door de schrijver meenemen? Het belang van het hoofdstuk doet ons de uitweidingen voor lief nemen.

Met een boek als de Institutie is men voor men het weet in een dialoog, is de ervaring van de auteur van dit artikel. Dat maakt het ook tot een klassieker, een boek dat nooit helemaal tot het verleden gaat behoren. Dikwijls zit het in de kleine dingen. Kijken we naar een zin uit het prachtige hoofdstuk over het gebed, dat zich ook nu nog als één grote meditatie laat lezen: ‘Nadat we dan door het geloof hebben leren kennen, dat al wat wij nodig hebben en wat ons in onszelf ontbreekt, in God is en in onze Here Jezus Christus, in wie immers de Vader gewild heeft, dat de ganse volheid zijner milddadigheid zou wonen, opdat wij allen daaruit, als uit een overvloedige bron zouden putten, is nog over dat we in Hem zoeken en van Hem door gebeden vragen datgene, waarvan we geleerd hebben, dat het in Hem is. Want wanneer wij weten dat God de Heer en Gever van al het goede is, die ons uitnodigt om van Hem te eisen, zou, wanneer we ons niet tot Hem wenden en niet eisen, dit ons niet tot een voordeel zijn, maar het zou evenzo zijn alsof iemand een schat, die hem is aangewezen, in de aarde begraven en verborgen liet liggen.’
Een echte Institutie-zin, die door Van Eck nader onder de loep wordt genomen. Hij signaleert daarbij dat Calvijn door kleine bewegingen de lezer dwingt een standpunt te bepalen. God is in het detail, zei Flaubert later. Dat geldt ook voor Calvijn. Het zijn de kleine bewegingen waardoor hij ons te pakken neemt. Hij dwingt ons ons standpunt tegenover hem te bepalen. Hij wil ons meekrijgen en rust niet voor hij ons bij Christus weet.

Het is moeilijk je aan de kracht van Calvijns betoog te onttrekken, is Van Ecks ervaring. Die kracht zit niet in het grote gebaar, maar in de kleine wending die de lezer aan het denken zet, nieuwsgierig maakt, dwingt zich tot het geschrevene ‘te verhouden’. Het zijn de details die bij Calvijn aan het denken zetten. Een observatie die tot toetsing uitlokt, een beeld dat spiegel wordt waarin we onszelf een ogenblik bekijken. Het denken wordt voortdurend in beweging gehouden. De Institutie nestelt zich in de plooien van je denken en roept daar vragen, instemming of tegenspraak op. Vrijblijvendheid is voor Calvijn geen optie.

skin_bottom
skin_left
skin_left2
skin_left3